Ga naar hoofdcontent

Contrapposto

tip van edward

publisher
De Bezige Bij
genre
roman
jaar
2026
leeftijd
volwassenen

Ik mocht op 26 juni 2026 een laudatio uitspreken tijdens het bezoek van Dave Eggers aan Tivoli Vredenburg, naar aanleiding van zijn geweldige nieuwe roman Contrapposto. Een deel van de laudatio vind je hier, want o, wat een boek.

Natuurlijk - elke roman waarin het schilderij De parketschavers van Gustave Caillebotte genoemd wordt, is een roman die zijn papierprijs ruimschoots terugverdient. Sterker nog: als enkel die náám wordt aangehaald, Gustave Caillebotte, de Franse schilder die beroemd werd om zijn gedurfde stadsgezichten van het negentiende-eeuwse Parijs en daarnaast de beschermengel van de impressionisten werd (zonder zijn financiële steun had de moderne kunst er tegenwoordig heel anders uitgezien), kan zo’n roman niet meer van zichzelf verliezen. Caillebotte wordt genoemd in Contrapposto, en Contrapposto wint – ik zeg het maar meteen – van bijna alles. Contrapposto wint van kalknagels, van beginnende en blijvende burn-outs, van de hoofdpijn die je na vierendertig rondjes Instagram hebt, van vrienden die veel te ver weg zijn, van wéér een bericht over de dood van de roman, en Contrapposto wint van elke dag trompetterende trompetten in het nieuws.

Contrapposto is een laudatio aan de liefde die vriendschap is. We volgen Cricket Dibb van jongen tot oude man en Olympia Argyros van meisje tot oude vrouw. Cricket houdt in vrijwel het hele boek zijn door hemzelf gekozen voornaam, maar Olympia wordt gaandeweg haar leven wel met vier verschillende variaties aangeduid. Dat geeft meteen haar wilde stroom aan tegenover zijn kalme water. Cricket en Olympia blijven elkaar hun hele leven zien – ook al zijn ze soms jarenlang niet in elkaars buurt. Het motto van het boek is van Georgia O’Keeffe en luidt: ‘Zien kost tijd, zoals vriendschap ook tijd kost.’ En Eggers toont in dit boek aan dat het omgekeerde ook waar is: ‘Vriendschap kost tijd, zoals zien ook tijd kost.’

De krachtcentrale van hun vriendschap is de kunst. Cricket is getalenteerd tekenaar, Olympia is conceptueel denker en drijvende kracht achter radicale kunstprojecten, ze is oprichtster van nieuwe artistieke bewegingen, ze is zakelijke en strategische motor en voor en boven alles is ze Crickets muze. Ze bespreken samen het impressionisme, ze becommentariëren het nihilisme in kunstopleidingen en leggen de kille mechanismes bloot van makers met teveel succes en teveel geld. Maar de kern blijft de onbegrijpelijke gloed waar kunst je in kan hullen. Zo beschrijft Eggers op prachtige wijze de magie die Cricket bevangt als hij tijdens een van zijn eerste lessen ziet hoe zijn docente een appel schildert: ‘Ze liet de strepen in de schil uitkomen, de glimplekken, de bijna zwarte onderkant, de hoopvolle manier waarop de appel het zonlicht ving en terugkaatste in zijn glanslaag.’ Het lukt Eggers hier om door één goedgekozen adjectief - het woord 'hoopvol' - precies het licht dat Cricket op die appel zag uit de letters te laten springen.

Dat doet hij voortdurend in Contrapposto. Helemaal in het begin van de roman al, dan lezen we simpelweg dat Cricket ergens naartoe loopt, maar luister, luister, Eggers schrijft dat zo op: ‘Op de eerste lentedag liep Cricket zoals hij meestal deed van school naar huis, langs de watertoren en de kapotte tractor en langs het huis van mevrouw Iwert, waar de twee witte katten op het dak zaten en lui op hem neerkeken.’ Het meesterschap blijkt hier uit a) die twee katten, b) de toevoeging dat ze wit zijn en c) dat ze lui op hem neerkeken. We zien dat koppel spookachtige huisdieren nu langzaam hun koppen naar hem draaien en daarna hun ogen al dan niet minachtend toeknijpen. Het staat er niet, maar we zien het. Eggers schildert het hoopvol tevoorschijn. Eggers kust Caillebotte.

Over kussen gesproken: de passage waarin Olympia Cricket – hij is dan een jaar of vijftien – meetroont naar de paardenraces, en hij een tornado aan gevoelens voor haar ontwikkelt, hoort tot de mooiste passages over verliefdheid die ik ooit las. Ik citeer: ‘[Cricket] deed zijn ogen dicht. Hij had het gevoel dat hij verdampte, één werd met de zon en het gras en de bloemen.’ En: ‘Hij wilde zeggen dat hij niet anders kon dan naar haar kijken, naar alles, en dat hij altijd naar haar zou blijven kijken, en naar alles.’

Naast het officiële motto van Georgia O’Keeffe dat ik eerder aanhaalde staat er volgens mij nog een tweede richtinggevende quote in Contrapposto. Het gaat om een citaat van Albert Camus, en Olympia haalt het aan, in haar hoedanigheid als Camus’ reïncarnatie. Ze zegt: ‘De absurde wereld valt alleen esthetisch te rechtvaardigen.’ Die zin lijkt mij niet alleen een banier boven Contrapposto, maar boven heel Eggers’ werk. Zijn schrijverschap, met alle aspecten ervan, getuigt van het wanhopige zoeken naar een rechtvaardiging voor de zwarte chaos die dagelijks door de wereld banjert, maar meer nog van het vinden van die rechtvaardiging in esthetiek, in schoonheid van verhalen, schoonheid van beelden en schoonheid van daden.

Hierbij past een laatste quote uit Contrapposto, dit keer van de zeventigjarige Cricket, helemaal aan het einde van het boek, die zich iets realiseert over het ouder worden – en dat doet hij met een gelukzalige schrik. Er staat dan: ‘Niemand vertelt ons dit! Niemand vertelt ons dat onze geest open blijft staan voor verrukking en verbazing, als een poreus tintelend membraan. Elk jaar werd Cricket ontvankelijker – voor alles – en elk jaar werden zijn ogen alleen maar beter, jonger, ging zijn ooglens steeds wijder openstaan.’